Uitspraak
200308155/1, geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt stelt dat binnen afzienbare termijn vergunningverlening mogelijk is.
Raad van State
Bij besluit van 31 augustus 2004 heeft verweerder het zonder vergunning lozen van afvalstoffen en schadelijke stoffen vanuit De schietrange De Vliehors te Vlieland gedoogd. Verzoekster, de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee, maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
Zij stelde dat het gedoogbesluit onrechtmatig is omdat er onvoldoende inzicht is in de aard en omvang van de emissies, en dat het besluit strijdig is met de Habitatrichtlijn en andere Europese milieuregelgeving. Tevens voerde zij aan dat geluidbelasting niet in het besluit is betrokken.
Verweerder stelde dat een vergunningaanvraag was ingediend met voldoende gegevens en dat de lozingen niet significant schadelijk zijn. De Voorzitter oordeelde dat het bestuursorgaan in redelijkheid het gedogen kon toestaan gezien het uitzicht op vergunningverlening binnen afzienbare termijn. Ook werd geoordeeld dat geluidbelasting niet verplicht in de vergunningprocedure hoeft te worden betrokken.
De Voorzitter concludeerde dat het gedoogbesluit niet de vergunningprocedure omzeilt en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moet worden afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het verzoek werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gedoogbesluit is afgewezen.