ECLI:NL:RVS:2004:AR7531
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van Angeren
- P.C.E. van Wijmen
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning pluimveehouderij en akkerbouwbedrijf wegens onvoldoende motivering stankhinder
Verweerder heeft op 2 maart 2004 een revisievergunning verleend aan vergunninghouder voor een pluimveehouderij en akkerbouwbedrijf in de gemeente Rucphen. Tegen dit besluit hebben meerdere appellanten beroep ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep inhoudelijk behandeld en beoordeeld of het besluit aan de wettelijke eisen voldoet.
Een belangrijk geschilpunt betrof de vraag of de pluimveehouderij en het akkerbouwbedrijf als één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer kunnen worden beschouwd. De Afdeling oordeelde dat gelet op de nauwe verwevenheid en nabijheid sprake is van één inrichting. Daarnaast was er discussie over de berekening van het aantal mestvarkeneenheden en de indeling van omliggende woningen in milieucategorieën, die bepalend zijn voor de beoordeling van stankhinder.
De Afdeling stelde vast dat verweerder de meest recente milieutechnische inzichten niet juist had toegepast. De afstand tussen de inrichting en woningen in categorie II voldeed niet aan de minimumeisen, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd was en in strijd met het motiveringsbeginsel en artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet kon worden gehandhaafd. Daarom werd het besluit vernietigd en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent stankhinder.