ECLI:NL:RVS:2004:AR7125
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat minister terecht naturalisatieverzoek heeft afgewezen wegens gevaar voor openbare orde
De Staatssecretaris van Justitie wees het verzoek van de vreemdeling om naturalisatie af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, vanwege ernstige vermoedens dat de vreemdeling gevaar voor de openbare orde vormt.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het interpretatief beleid van de minister met betrekking tot de rehabilitatietermijn van vier jaar niet leidde tot een onjuiste toepassing van de wet, ook niet gezien de periode tussen het strafbare feit, de veroordeling en de tenuitvoerlegging van de geldboete.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een groot deel van de periode niet aan de vreemdeling toerekende en dat de omstandigheden niet zodanig bijzonder waren dat van het beleid moest worden afgeweken. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.