ECLI:NL:RVS:2004:AR7116
Raad van State
- Hoger beroep
- R.R. Winter
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking premieverlening Investeringspremieregeling Noord-Nederland
De bestuurscommissie Economische Zaken van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland trok bij besluit van 2 mei 2002 de premieverlening aan de besloten vennootschappen WK in wegens een vermeende afname van het aantal arbeidsplaatsen, een voorwaarde volgens de Investeringspremieregeling Noord-Nederland 1996 (IPR).
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van WK tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het besluit niet zorgvuldig tot stand was gekomen en onvoldoende gemotiveerd was, mede vanwege een aanbod van WK om werknemers van een verbonden onderneming op haar loonlijst te plaatsen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat WK niet aannemelijk had gemaakt dat het aanbod van 4 april 2001 door de bestuurscommissie was geaccepteerd en dat achteraf opgestelde urenregistraties zonder onderliggende stukken niet als objectief bewijs konden dienen. De Afdeling stelde dat de bestuurscommissie niet verplicht was het aanbod te accepteren en dat het besluit zorgvuldig en gemotiveerd was genomen.
Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van WK ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van WK ongegrond.