ECLI:NL:RVS:2004:AR7082
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- M. Oosting
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift opslag vermeend schone grond wegens onduidelijkheid
Bij besluit van 4 februari 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Venlo een tijdelijke milieuvergunning voor de opslag van vermeend schone en categorie I-grond op percelen aan de Newtonweg te Venlo. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat de aanvraag niet volledig was, dat de grond als afvalstof moest worden gekwalificeerd en dat het bevoegd gezag onjuist was aangewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op bepaalde strijdigheden met de Algemene wet bestuursrecht en Wet milieubeheer. Ten aanzien van het bevoegd gezag stelde de Afdeling vast dat de gemeente Venlo bevoegd was, omdat de inrichting niet viel onder de categorieën waarvoor gedeputeerde staten bevoegd zijn. De Afdeling verwierp het betoog dat de grond afvalstoffen zijn, omdat de grond afkomstig is van civiel-technische werken van de gemeente en niet wordt afgestoten.
De Afdeling stelde vast dat het voorschrift D.1 van de vergunning waarin de opslag van 'vermeend' schone en categorie I-grond werd toegestaan onvoldoende duidelijkheid bood over welke grond mocht worden opgeslagen. Dit was strijdig met de aanvraag en leidde tot vernietiging van dat voorschrift. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd het college van burgemeester en wethouders van Venlo veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor het voorschrift D.1 en dit deel van het besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende nauwkeurigheid over de toegestane grondsoorten.