ECLI:NL:RVS:2004:AR7079
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A. Hoovers-Backaert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake onderzoek rijvaardigheid na overschrijding beslistermijn
De Minister van Verkeer en Waterstaat legde een persoon de verplichting op mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid. De minister nam dit besluit op 7 september 2003, na ontvangst van een schriftelijke melding op 10 juli 2003. De termijn van vier weken voor het nemen van dit besluit werd overschreden.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo oordeelde dat deze termijn een fatale termijn was en vernietigde het besluit van de minister. Het CBR, als bevoegd orgaan, ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vaste jurisprudentie van de Afdeling bepaalt dat overschrijding van de termijn niet leidt tot het ontbreken van bevoegdheid van de minister om het besluit te nemen. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 8 december 2004.
Uitkomst: De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.