ECLI:NL:RVS:2004:AR7076
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A. Hoovers-Backaert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting tot onderzoek rijgeschiktheid na verkeersovertredingen
De Minister van Verkeer en Waterstaat legde appellant op 8 mei 2003 de verplichting op mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid, gebaseerd op herhaaldelijk overschrijden van de onderbroken streep bij nadering van tegenliggers op een tweebaansweg. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in bij de rechtbank Arnhem, die het besluit bevestigde. In hoger beroep bij de Raad van State handhaafde deze de uitspraak van de rechtbank.
De Raad overwoog dat het rijgedrag van appellant terecht werd gekwalificeerd als ernstig gestoord inzicht of gedrag, wat een gerechtvaardigd vermoeden geeft dat appellant niet langer beschikt over de vereiste rijgeschiktheid. De bestuursrechtelijke maatregel tot onderzoek is losstaand van de strafrechtelijke boete die appellant eerder ontving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van verkeersveiligheid en de bevoegdheid van de minister om onderzoek te gelasten bij vermoedens van ongeschiktheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot onderzoek naar rijgeschiktheid wordt bevestigd.