ECLI:NL:RVS:2004:AR7071
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor milieuschade en bodembescherming
Verzoekster kreeg een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Twenterand vanwege het niet verwijderen van sloopafval en verontreinigingen op haar perceel. De dwangsom bedroeg € 5.000 per maand met een maximum van € 25.000. Verzoekster betwistte het bevoegd gezag en haar status als overtreder, omdat de verontreiniging zou zijn veroorzaakt door de vorige eigenaar.
De Voorzitter oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders wel bevoegd is tot bestuursrechtelijke handhaving op grond van de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming. Voor het sloopafval in de grupkelder stemde de Voorzitter in met het verzoek om voorlopige voorziening. Ten aanzien van het afval in de bodem van de buitenbak achtte de Voorzitter het niet onaannemelijk dat verzoekster als overtreder kan worden aangemerkt, maar dat vereist nader onderzoek in de bodemprocedure.
De Voorzitter schorst het besluit van 23 juli 2004 en veroordeelt de gemeente tot betaling van de proceskosten van verzoekster en de vergoeding van het griffierecht. De voorlopige voorziening betreft een tijdelijke maatregel in afwachting van de hoofdzaak.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom is geschorst en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.