ECLI:NL:RVS:2004:AR6777
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vergunningen binnenvisserij IJsselmeer en toetsing fair balance
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij verleende vergunningen voor de binnenvisserij in het IJsselmeer voor de periode 1 juni 2002 tot en met 31 mei 2003, waarbij het aantal staande netten werd teruggebracht. De rechtbank Alkmaar verklaarde de beroepen van de vergunninghouders gegrond omdat de Staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd met welk doel de maatregel was genomen en geen onderzoek had verricht naar de nadelige gevolgen, waardoor de vereiste fair balance ontbrak.
In hoger beroep stelde de Staatssecretaris dat de doelstellingen van de maatregel, namelijk verbetering van de visstand en reductie van vogelsterfte, duidelijk waren vastgelegd in beleidsnotities en dat de gevolgen voor vergunninghouders beperkt waren. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat deze toelichting voldoende was en dat de belangenafweging gerechtvaardigd was.
De Afdeling verwierp ook het beroep op het convenant tussen de Vogelbescherming en de vissersorganisatie, omdat de Staatssecretaris geen partij was bij dat convenant en daardoor geen rechtsgeldige verwachting had gecreëerd. Uiteindelijk vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond, waarmee de vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften in stand bleven.
Uitkomst: De hoger beroepen worden gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.