ECLI:NL:RVS:2004:AR6768
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing parkeerverbod tegenover inrit door gemeente Venlo
Appellant verzocht de gemeente Venlo om een parkeerverbod in te stellen tegenover zijn inrit. Dit verzoek werd op 8 juli 2003 door het Hoofd afdeling Ingenieursbureau afgewezen. Het college van burgemeester en wethouders verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank Roermond bevestigde dit oordeel in haar uitspraak van 14 april 2004.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 11 november 2004 behandeld. De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was het besluit te nemen en dat het verzoek van appellant niet kon leiden tot het instellen van een parkeerverbod op grond van de belangen genoemd in artikel 2 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
De Afdeling stelde vast dat appellant zijn inrit zonder gevaar voor de weg of hinder voor het verkeer kan gebruiken. Ook was de inrit geen kruispunt in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties die appellant aanvoerde niet vergelijkbaar waren. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het parkeerverbod wordt niet ingesteld.