ECLI:NL:RVS:2004:AR6748
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwvergunning tweede woning
Bij besluit van 19 juli 2002 weigerde het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland een bouwvergunning voor het oprichten van een tweede woning op een perceel te een plaats. Het bezwaar hiertegen werd op 1 juli 2003 ongegrond verklaard. De rechtbank Zwolle verklaarde het beroep van de verzoeker gegrond, vernietigde het besluit en stelde vast dat op 18 februari 2002 van rechtswege bouwvergunning was verleend.
Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 11 november 2004 verschenen partijen met hun vertegenwoordigers. De Voorzitter overwoog dat de belangen niet zodanig spoedeisend waren dat een voorlopige voorziening gerechtvaardigd was. Tevens werd opgemerkt dat de bouw pas zou aanvangen nadat in rechte was vastgesteld dat een vergunning van rechtswege was verleend.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 25 november 2004 in het openbaar uitgesproken door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.