ECLI:NL:RVS:2004:AR6739
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom bouw- en sloopafval opslag
Bij besluit van 16 september 2004 legde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan verzoekster, een recyclingbedrijf te Rotterdam, een last onder dwangsom op wegens het opslaan van bouw- en sloopafval op een niet-vloeistofdichte vloer, in strijd met vergunningvoorschrift 7.8. De dwangsom bedroeg € 15.000 per week met een maximum van € 150.000.
Verzoekster betoogde dat het opgeslagen materiaal geen afval was, maar een steenachtige fractie die niet onder het begrip bouw- en sloopafval valt, en dat het voorschrift daarom niet werd overtreden. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat geen onderzoek was gedaan naar de vraag of het materiaal daadwerkelijk afval was, waardoor niet aannemelijk was dat het college bevoegd was tot handhaving.
De Voorzitter besloot daarom het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De procedure bood ruimte om de vraag of het materiaal afval is volledig te behandelen bij bezwaar.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar.