ECLI:NL:RVS:2004:AR6729
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- M.P. Glerum
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige voorziening kapvergunning bomen in Tilburg
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende op 17 juli 2003 een vergunning voor het kappen van een plataan en een goudiep op een perceel in Tilburg. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de rechtbank Breda, die het beroep deels niet-ontvankelijk verklaarde en deels ongegrond.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had op 16 november 2004 bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college geschorst. Tijdens de zitting op dezelfde dag werd ambtshalve onderzocht of deze voorlopige voorziening gehandhaafd moest blijven.
De Voorzitter oordeelde dat er geen voldoende grond was om de schorsing voort te zetten, mede omdat de vergunning niet op onjuiste feiten was gebaseerd en niet in strijd was met het Masterplan Binnenstad. Ook was de kap noodzakelijk om de bouwvergunning te benutten. Daarom werd de voorlopige voorziening opgeheven zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heft de voorlopige voorziening op die het kappen van de bomen betrof.