ECLI:NL:RVS:2004:AR6703
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft bij besluit van 7 mei 2003 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, welke het beroep op 14 mei 2004 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat de minister ten onrechte niet was ingegaan op zijn beroep op artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad van State overwoog dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom de aangevoerde omstandigheden niet tot een andere beslissing leiden, en dat appellant onvoldoende heeft toegelicht waarom de omstandigheden als bijzonder moeten worden aangemerkt.
De Raad van State concludeert dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.