Uitspraak
200004502/1, zou een dergelijke interpretatie van de toelichting tot een doorkruising van de werking van de Vogel- en Habitatrichtlijn kunnen leiden.
Raad van State
De gemeenteraad van Amsterdam stelde op 23 oktober 2002 het bestemmingsplan IJburg tweede fase vast, gericht op woningbouw op kunstmatige eilanden in het IJmeer. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland keurde dit plan goed op 27 mei 2003. Appellanten, verenigingen gericht op natuurbehoud, stelden beroep in tegen deze goedkeuring wegens mogelijke negatieve effecten op natuurwaarden binnen een speciale beschermingszone (SBZ).
De Raad van State oordeelde dat het plan niet voldeed aan de vereisten van artikel 16, eerste lid, onder d, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro), omdat de plankaart onvoldoende duidelijkheid bood over de ligging van ruimtelijke ingrepen ten opzichte van de SBZ. Daarnaast was het onderzoek naar de milieueffecten onvolledig, met name vanwege onduidelijkheid over de vorm en ligging van de eilanden en onvoldoende inzicht in mogelijke significante gevolgen voor beschermde vogelsoorten en hun leefgebied.
De Raad stelde vast dat verweerder niet zorgvuldig had gehandeld bij de voorbereiding van het besluit en dat de beoordelingsmarges waren overschreden. De compensatiemaatregelen konden niet worden betrokken bij de beoordeling vooraf. Gelet hierop werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en goedkeuring aan het bestemmingsplan onthouden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan IJburg tweede fase is vernietigd en goedkeuring onthouden wegens strijd met zorgvuldigheid en artikel 16 Bro.