ECLI:NL:RVS:2004:AR6297
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening stoeterij met milieuhygiënische toets geluid en stank
Bij besluit van 23 maart 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Elburg een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een stoeterij met 60 pony's op een perceel te Elburg. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden onder meer dat de vergunning onaanvaardbare stank- en geluidshinder zou veroorzaken, en dat de in- en uitrit aan de Grevensweg onwenselijk was.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor het bezwaar dat de datum van ontvangst op het aanvraagformulier niet onverwijld was aangetekend, omdat appellanten dit niet als bedenking tegen het ontwerp hadden ingebracht. Voor het overige was het beroep ontvankelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vervolgens de milieuhygiënische aspecten beoordeeld aan de hand van de Wet milieubeheer en de relevante circulaire voor geluidhinder.
De Raad stelde vast dat de vergunninghouder de situering van de mestplaat had aangepast zodat de afstand tot geurgevoelige objecten minimaal 50 meter bedroeg, waardoor onaanvaardbare stankhinder niet aannemelijk was. Ook de indirecte geluidhinder door verkeersbewegingen via de Grevensweg werd beoordeeld als acceptabel, mede omdat de aangevraagde rijroute aan de voorkeursgrenswaarde voldeed. Het verzoek om een voorschrift over de rijroute werd afgewezen omdat dit buiten de reikwijdte van de Wet milieubeheer valt.
Daarnaast werd geoordeeld dat verkeersoverlast en verkeersonveiligheid op de Grevensweg niet tot weigering van de vergunning konden leiden, omdat dit primair onder de wegenverkeerswetgeving valt en de milieuhygiënische toets geen aanleiding gaf tot aanvullende maatregelen. Het beroep werd daarom voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard, waardoor de vergunning voor de stoeterij in stand blijft.