ECLI:NL:RVS:2004:AR6296
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunning voor houden van schapen, geiten en pluimvee en verwerking van vlees ongegrond verklaard
Verweerder heeft aan appellante een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het houden van 20 schapen, 20 geiten en 50 kippen, alsmede voor het verkopen en verwerken van vlees op een perceel te Haaksbergen. De vergunning werd verleend bij besluit van 2 maart 2004 en ter inzage gelegd op 12 maart 2004.
Appellante stelde beroep in tegen het besluit, stellende dat zij ten onrechte de verplichting zou hebben gekregen om vóór 1 november 2004 een in- en uitrit aan de zijde van de locatie te realiseren. Tijdens de zitting bleek dat het besluit zowel een nieuwe in- en uitrit aan de zijde van de locatie als een bestaande aan de andere zijde omvatte. Verweerder had in de considerans een verplichting opgenomen, maar deze was niet terug te vinden in het dictum van het besluit.
De Raad overweegt dat de overweging in de considerans geen zelfstandig rechtsgevolg heeft en dat beroep tegen een dergelijke overweging niet mogelijk is indien het dictum overeenkomt met het gevraagde besluit. Aangezien appellante het gewenste dictum heeft verkregen, is het beroep ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning is ongegrond verklaard omdat de betwiste overweging geen zelfstandig rechtsgevolg heeft.