ECLI:NL:RVS:2004:AR5820
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W. Konijnenbelt
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning lozing bedrijfsafvalwater op gemeentelijk rioolstelsel
Appellante, Goedewaagen Gouda B.V., kreeg van het waterschap Hunze en Aa's een vergunning voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, hemelwater en bedrijfsafvalwater op het gemeentelijke rioolstelsel. Deze vergunning werd verleend onder voorschriften die de bescherming van het milieu moeten waarborgen.
Appellante stelde dat de controleverplichting in voorschrift 11 onterecht was, omdat zij al voldoet aan de normen in voorschriften 8 en 9 en verweerder slechts een eenmalig onderzoek zou mogen verlangen. De Raad van State oordeelde dat de frequentie van controle in voorschrift 11 redelijk en noodzakelijk is, gezien de variabiliteit van de stoffen in het afvalwater en het belang van milieubescherming.
Verder werd vastgesteld dat eerdere analyseresultaten niet alle parameters omvatten en dat een eenmalige meting onvoldoende is om te garanderen dat aan de voorschriften wordt voldaan. Andere bezwaren tegen het besluit betroffen alleen de considerans en konden niet leiden tot vernietiging van de vergunning.
De Voorzitter besloot dat nader onderzoek niet nodig was en dat met toestemming van partijen onmiddellijk uitspraak kon worden gedaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor lozing van bedrijfsafvalwater wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.