Uitspraak
200308597/1, die als hier herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft appellanten gelast het innemen van een ligplaats met een vaartuig in de Beatrixhaven te beëindigen en het vaartuig te verplaatsen naar een toegestane locatie. Na bezwaar en beroep verklaarden het college en de rechtbank het besluit en de last onder dwangsom rechtsgeldig.
Appellanten voerden aan dat het college niet bevoegd was tot bestuursdwang vanwege een discrepantie tussen de APV en het aanwijzingsbesluit en een vergunning krachtens de Wet milieubeheer. De Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het college bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang en een last onder dwangsom.
De Afdeling oordeelde dat het algemeen belang bij handhaving zwaarder weegt en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die het college zouden verplichten af te zien van handhavend optreden. De afspraken tussen partijen over de praktische uitvoering van verwijdering ontnemen het college niet de bevoegdheid tot bestuursdwang.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Maastricht bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.