ECLI:NL:RVS:2004:AR5816
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.G. Treffers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontruimingsbevel schip wegens brandonveilige huisvesting en openbare orde
Bij besluit van 21 september 2001 heeft de burgemeester van Maastricht appellanten bevolen een schip, gebruikt als huisvesting voor circa zestig Poolse werknemers, te ontruimen en ontruimd te houden vanwege ernstige brandveiligheidsrisico's. De burgemeester baseerde dit besluit op bevindingen van de brandweer en de Scheepvaartinspectie die de situatie aan boord als levensbedreigend beoordeelden, mede door de slechte bereikbaarheid.
Appellanten maakten bezwaar tegen het ontruimingsbevel, maar dit werd bij besluit van 18 december 2001 ongegrond verklaard. De rechtbank Maastricht verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat de burgemeester selectief had gehandeld en onduidelijkheid bestond over de kwalificatie van het schip, maar deze argumenten werden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verworpen.
De Afdeling oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet om noodzakelijke bevelen te geven ter handhaving van de openbare orde. Het ontruimingsbevel was gerechtvaardigd vanwege de onhoudbare en levensbedreigende situatie aan boord. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontruimingsbevel blijft gehandhaafd.