ECLI:NL:RVS:2004:AR5812
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen toevoeging termijn aan gedoogverklaring voor aanleg weg
Het college van burgemeester en wethouders van Gorssel verleende op 8 juli 1999 toestemming aan appellante voor de aanleg van een weg parallel aan de Scheggertdijk te Almen. Na bezwaar en diverse uitspraken werd bij besluit van 16 januari 2003 een voorwaarde toegevoegd aan de gedoogverklaring, namelijk dat deze vervalt indien uiterlijk 1 mei 2003 geen vrijstelling op grond van artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt verleend.
Appellante stelde zich op het standpunt dat deze toevoeging onrechtmatig was omdat onvoldoende rekening was gehouden met haar belangen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rechtbank ten onrechte het beroep ontvankelijk had verklaard. De toevoeging van een termijn aan de gedoogverklaring is volgens de Afdeling geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, zodat het beroep niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het het beroep van appellante betrof en verklaarde het beroep alsnog niet-ontvankelijk. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste ontvankelijkheidsbeoordeling door de rechtbank.