Uitspraak
200301210/1, vernietigd en geoordeeld dat de vergunning uit 1985 voor de niet gerealiseerde sheds als ook voor de niet gerealiseerde gedeelten van de sheds en de daarin te houden dieren is komen te vervallen. Voorts heeft de Afdeling in deze uitspraak geoordeeld dat uit de aanvraag en de vergunning uit 1985 niet blijkt op welke wijze de vergunde dieren over de sheds moeten worden verdeeld dan wel hieraan moeten worden toegerekend, zodat niet duidelijk is voor welk deel van het veebestand de vergunning is komen te vervallen. De Afdeling heeft verweerder opgedragen te onderzoeken of en in hoeverre de in 1985 verleende vergunning is komen te vervallen.
200301210/1, een nieuwe aanvraag is ontvangen voor een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4 van de wet milieubeheer. Verweerder zal in het kader van de beslissing op deze aanvraag, met inachtneming van de eerder genoemde uitspraak van de Afdeling, de omvang van de bestaande rechten onderzoeken. Verweerder wijst er in dit verband op dat uit voornoemde uitspraak niet volgt dat de vergunning niet kan worden verleend voor het thans binnen de inrichting gehouden aantal dieren. Ter zitting is gebleken dat verweerder verwacht dat voor het aangevraagde veebestand vergunning kan worden verleend, ondanks het feit dat een aantal (gedeelten van) sheds niet blijkens de in 1985 verleende vergunning is opgericht.