ECLI:NL:RVS:2004:AR5798
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G. Drupsteen
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen last onder dwangsom wegens geluidsoverlast horeca-inrichting
Bij besluit van 22 maart 2004 legde het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk een last onder dwangsom op aan appellant vanwege overschrijding van geluidgrenswaarden uit het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. De dwangsom bedroeg € 1.150 per overtreding met een maximum van € 23.000. Appellanten voerden aan dat ondanks de afstelling en verzegeling van een geluidbegrenzer op 83 dB(A) de geluidgrenswaarden in een aanpandige woning werden overschreden. Tevens werd verweerder verweten passief te zijn door het niet kunnen uitvoeren van geluidmetingen in de woning.
De Raad overwoog dat het gemeentebestuur bevoegd is bestuursdwang toe te passen en in plaats daarvan een last onder dwangsom kan opleggen om overtredingen te voorkomen. De overschrijdingen van de geluidgrenswaarden waren onbetwist vastgesteld en verweerder had redelijk gehandeld door een last onder dwangsom op te leggen. Hoewel er onduidelijkheid bestond over het exacte muziekgeluidniveau binnen de inrichting, was het aannemelijk dat er muziek werd gedraaid boven de afgestelde 83 dB(A). De overschrijdingen varieerden van 12 tot 20 dB(A), wat ook bij een lager niveau nog tot overtredingen zou leiden.
De Raad concludeerde dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.