Uitspraak
200106179/1bevestigt naar mening van appellante dat verweerder ten onrechte heeft geprobeerd een aanvraag inclusief akoestisch rapport van haar af te dwingen.
Raad van State
Appellante, Avim-TMO Zwammerdam B.V., verzocht het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn om intrekking van een veranderingsvergunning verleend op 4 november 2002. Het college wees dit verzoek bij besluit van 9 februari 2004 af, stellende dat intrekking niet in het belang van milieubescherming was. Appellante stelde dat de melding van 1996 ook de verplaatsing van activiteiten omvatte, waardoor de veranderingsvergunning onnodig was.
De Raad van State overwoog dat de oprichtingsvergunning uit 1986 alleen betrekking had op activiteiten op de oorspronkelijke locatie en dat de verplaatsing van activiteiten naar een andere locatie nadelige milieugevolgen had. De melding van 1996 kon niet als vergunningvervanging gelden voor deze activiteiten. Het college had onvoldoende onderzocht wat de milieugevolgen zouden zijn van intrekking en terugkeer naar de oorspronkelijke situatie.
Daarmee was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd zoals vereist op grond van artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot intrekking van de veranderingsvergunning is vernietigd.