ECLI:NL:RVS:2004:AR5468
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A.M. van Angeren
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit overschrijving grafrecht op naam van belanghebbende
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen besloot op 24 januari 2003 het grafrecht van een graf op de begraafplaats over te schrijven op naam van belanghebbende. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 5 augustus 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond op 24 februari 2004.
Appellante stelde dat zij de laatste wil van haar moeder, de oorspronkelijke rechthebbende, moest respecteren en daarom het grafrecht aan haar toegekend moest worden. De Raad van State oordeelde dat de Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen van Groningen 2001 bepaalt dat het grafrecht na overlijden van de rechthebbende kan worden overgeschreven aan de echtgenoot, levenspartner of bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits het verzoek binnen één jaar schriftelijk wordt gedaan.
De moeder van appellante en belanghebbende was overleden op 19 april 2002 en belanghebbende had tijdig een schriftelijk verzoek ingediend. De Raad van State stelde vast dat het college het grafrecht op redelijke gronden op naam van belanghebbende heeft overgeschreven. Het argument van appellante dat zij de laatste wil van haar moeder moet uitvoeren faalde, mede omdat de overgelegde verklaringen betrekking hadden op een beeld op het graf en niet op het grafrecht zelf.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot overschrijving van het grafrecht op naam van belanghebbende wordt bevestigd.