ECLI:NL:RVS:2004:AR5456
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- D. Dolman
- R.F.J. Bindels
- Rechtspraak.nl
Opheffing opschortende werking bezwaarschriften tegen vergunningen voor uitzaaien en opvissen schelpdieren in Oosterschelde
Bij besluiten van 29 juli 2004 heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vergunningen verleend aan diverse verzoeksters voor het uitzaaien van oesters en mosselen uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland in het beschermd natuurmonument en staatsnatuurmonument "Oosterschelde-buitendijks" en voor het opvissen van deze schelpdieren.
De Stichting Faunabescherming, Vogelbescherming Nederland en de Zeeuwse Milieufederatie hebben tegen deze vergunningen bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening om de opschortende werking van deze bezwaarschriften op te heffen. De verzoeksters stelden dat het uitzaaien niet schadelijk is voor de natuur, terwijl de tegenstanders vreesden voor schade aan inheemse organismen en stelden dat de vergunningen in strijd zijn met de Vogelrichtlijn.
De Voorzitter overwoog dat het beleid van de Minister gericht is op het voorkomen van introductie van exoten en dat de vergunningen zijn verleend voor schelpdieren uit gebieden met dezelfde ecologische eigenschappen als de Oosterschelde. Op basis van deskundigenonderzoek zag de Voorzitter geen aanwijzingen voor significante nadelige gevolgen voor de natuurwaarden van de Oosterschelde.
Gelet op de belangen van verzoeksters en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor schade, besloot de Voorzitter de opschortende werking van de bezwaarschriften op te heffen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De opschortende werking van de bezwaarschriften tegen de vergunningen voor het uitzaaien en opvissen van schelpdieren in de Oosterschelde wordt opgeheven.