ECLI:NL:RVS:2004:AR5429
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning lozing afvalwater Rotterdam
Verzoekster heeft bij besluit van 5 augustus 2004 een vergunning gekregen voor het lozen van afvalwater op de 3e Petroleumhaven te Rotterdam. Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De Voorzitter heeft het verzoek behandeld op 26 oktober 2004. Verzoekster wilde schorsing van de voorschriften 7, 8 en 12 van de vergunning. Verweerder gaf aan uitstel te verlenen voor het voldoen aan deze voorschriften tot de bodemprocedure is afgerond, waardoor het spoedeisend belang voor schorsing verviel.
Daarnaast was er onduidelijkheid over voorschrift 11, maar partijen waren het eens over de uitleg en uitvoering hiervan, waardoor ook daarvoor geen belang bij schorsing meer bestond.
De Voorzitter concludeerde dat er geen aanleiding was voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunning voor lozing van afvalwater is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.