ECLI:NL:RVS:2004:AR5426
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A.M. van Angeren
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing minister op grond van BBSH wegens strijdige makelaarsactiviteiten
De minister van Volkshuisvesting gaf op grond van artikel 41 van Pro het Besluit beheer sociale-huursector (BBSH) een aanwijzing aan Stichting Wonen Noord-Limburg om de statuten van InterMakelaars of de verbinding met deze vennootschap te wijzigen. De stichting had via een complexe structuur een duurzame financiële en bestuurlijke band met InterMakelaars, die commerciële makelaarsactiviteiten verrichtte die niet verenigbaar zijn met het BBSH en ministeriële circulaires.
Appellante voerde aan dat de minister onredelijk handelde, in strijd met het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheid, omdat de structuur jaren met instemming van het gemeentebestuur en de minister bestond. Ook stelde zij dat overgangsrecht van toepassing was en dat uitvoering van de aanwijzing feitelijk onmogelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de duurzame band tussen appellante en InterMakelaars bestaat, dat commerciële makelaarsactiviteiten niet zijn toegestaan, en dat het overgangsrecht niet van toepassing is.
Verder werd geoordeeld dat de minister niet in strijd met rechtszekerheid of vertrouwensbeginsel handelde, mede omdat het beleid dat makelaarsactiviteiten niet zijn toegestaan sinds 1999 kenbaar was. De aanwijzing was concreet genoeg en het lag op de weg van appellante om uitvoering vorm te geven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Roermond bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing van de minister wordt bevestigd.