ECLI:NL:RVS:2004:AR5416
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Beekhuis
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning oprichting poldersporthoeve
Bij besluit van 6 juli 2004 heeft het bevoegde gezag een vergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een poldersporthoeve annex een inrichting voor het houden van dieren op een perceel te een plaats. Deze vergunning is op 16 juli 2004 ter inzage gelegd. Appellanten hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Tijdens de zitting op 14 oktober 2004 zijn partijen gehoord en is toestemming gegeven om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. Appellanten voerden aan dat binnen de inrichting geen of nauwelijks dieren worden gehouden en dat er activiteiten plaatsvinden waarvoor geen vergunning is verleend. Ook stelden zij dat de agrarische bestemming gewijzigd zou kunnen worden als gevolg van de vergunning.
De Raad van State oordeelt dat het bevoegde gezag moet beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend en dat afwijkingen in de feitelijke situatie hieraan niets afdoen. De aangevoerde gronden hebben geen betrekking op de rechtmatigheid van de vergunning. Verder is nader onderzoek niet nodig en bestaat geen beletsel om direct uitspraak te doen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.