ECLI:NL:RVS:2004:AR5414
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R. Cleton
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vaststelling bestemmingsplan Oostvlietpolder wegens luchtkwaliteits- en verkeerszorgen
Bij besluit van 20 januari 2004 stelde de gemeenteraad van Leiden het bestemmingsplan Oostvlietpolder vast, dat onder meer voorziet in een bedrijventerrein en woningen. Diverse verenigingen en een individu maakten bezwaar en stelden dat het plan in strijd is met rijksbeleid, de Habitat- en Vogelrichtlijn en het Besluit luchtkwaliteit. Ook waren er zorgen over verkeersafwikkeling en de ecologische verbindingszone.
De Voorzitter behandelde de verzoeken om voorlopige voorziening op 15 oktober 2004. De gemeenteraad benadrukte het belang van rechtskracht voor de eerste fase van het plan, maar erkende dat voor verdere werkzaamheden gewacht kan worden op de bodemprocedure. De Voorzitter twijfelde aan de naleving van luchtkwaliteitsnormen en aan de adequaatheid van de verkeersoplossingen, die zijn uitgesteld naar een latere uitvoeringsfase.
Gelet op de mogelijke negatieve effecten op natuurwaarden en het ontbreken van voldoende onderzoek naar luchtkwaliteit en verkeersimpact, besloot de Voorzitter het besluit van 6 juli 2004 te schorsen. Tevens werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan verzoekers.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan Oostvlietpolder is geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.