Uitspraak
200203800/2heeft de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
200203800/2, bevestigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Wehl legde appellant een last onder dwangsom op om personen uit een pand te verwijderen en verwijderd te houden, met uitzondering van een beperkt aantal toegestane bewoners. Appellant maakte bezwaar en stelde schadevergoeding te vorderen wegens vermogens- en immateriële schade.
De voorzieningenrechter vernietigde het besluit van het college vanwege onduidelijkheid in de formulering van de last en stelde een nieuwe last onder dwangsom vast. De rechtbank Zutphen wees het verzoek van appellant om schadevergoeding af, omdat de gestelde schade niet toerekenbaar was aan het besluit van het college en appellant geen immateriële schade aannemelijk had gemaakt.
In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant dat het gebruik van het pand onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan viel en overhandigde verklaringen van omwonenden. De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat de schade niet aan het college kon worden toegerekend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.