Uitspraak
200203014/1, heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.
Raad van State
De gemeenteraad van Enschede stelde op 22 mei 2001 het bestemmingsplan 'Herziening 8 van het bestemmingsplan Buitengebied 1996' vast. Het college van gedeputeerde staten van Overijssel keurde dit plan goed bij besluit van 4 november 2003. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat de goedkeuring onterecht was omdat het provinciaal ruimtelijk beleid zich tegen de woonbestemming keerde en verweerder onzorgvuldig was in de procedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de bouwvergunning voor het woonhuis rechtens onaantastbaar is en dat het gebruik als woning niet aannemelijk zal worden beëindigd. Daarom kon verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt stellen dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling vond geen aanleiding om te oordelen dat het besluit onrechtmatig was voorbereid of genomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee bevestigde de Raad van State de goedkeuring van het bestemmingsplan ondanks het verzet van het provinciaal beleid.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.