ECLI:NL:RVS:2004:AR5064

Raad van State

Datum uitspraak
28 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200408254/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • I. Sluiter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit tuincentrum Delft

Het college van burgemeester en wethouders van Delft heeft in januari 2004 verzoeken van regionale tuincentra om handhavend op te treden tegen de exploitatie van een tuincentrum op Kleveringweg 57 afgewezen. Verzoeker, Greenholding B.V., heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt en het college heeft bij besluit van juni 2004 het bezwaar gegrond verklaard en een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van het pand voor tuincentrumdoeleinden boven de vergunde 727 m2 binnen zes weken te staken.

De begunstigingstermijn werd in juli 2004 verlengd tot dertien weken. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond in oktober 2004.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en overwogen dat het besluit uitvoerbaar blijft zolang het beroep ongegrond is verklaard en geen aanwijzingen bestaan dat de last onterecht is opgelegd. Daarom is het verzoek afgewezen en is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit is afgewezen.

Uitspraak

200408254/2.
Datum uitspraak: 28 oktober 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Greenholding B.V." rechtsopvolger van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Xotus Delft B.V.", gevestigd te 's-Gravezande,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 oktober 2004 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Delft.
1.    Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 8 en 14 januari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft (hierna: het college) verzoeken van in de regio gevestigde tuincentra om handhavend optreden tegen de exploitatie van een tuincentrum door verzoeker op het perceel Kleveringweg 57 te Delft (hierna: het perceel) afgewezen.
Bij besluit van 14 juni 2004 heeft het college het daartegen door de verzoekers om handhaving gemaakte bezwaar gegrond verklaard en verzoeker op straffe van een dwangsom gelast het gebruik van het pand op het perceel voor tuincentrumdoeleinden, voorzover dit de vergunde oppervlaktemaat van 727 m2 overschrijdt, binnen 6 weken te staken en vervolgens gestaakt te houden.
Bij besluit van 5 juli 2004 heeft het college de begunstigingstermijn verlengd tot 13 weken.
Bij uitspraak van 6 oktober 2004, verzonden op diezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 7 oktober 2004, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 oktober 2004, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M.R. Plug, advocaat te Delft, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.C. Ellerman en mr. J. Hoekstra, advocaten te Amsterdam, zijn verschenen.
Voorts zijn daar gehoord Intratuin Pijnacker, GroenRijk ’t Haantje, GroenRijk De Wilskracht, De Baat Tuinmaterialen B.V., alle vertegenwoordigd door mr. C. Smals-Van Dijk, advocaat te Den Haag, en Juka BV h.o.d.n. Europatuin Delft, vertegenwoordigd door mr. R.M. Köhne, advocaat te Voorburg.
2.    Overwegingen
2.1.    Uitgangspunt voor de beoordeling van het verzoek is dat besluiten uitvoerbaar zijn, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het beroep daartegen ongegrond heeft bevonden.
2.2.    In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat verzoeker de last niet mocht worden opgelegd.
2.3.    Onder die omstandigheden bestaat geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening. Derhalve dient het verzoek te worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I. Sluiter, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb    w.g. Sluiter
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2004
292.