ECLI:NL:RVS:2004:AR5049
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning voor vergistingsinstallatie wegens onjuiste kwalificatie als zelfstandige inrichting
Bij besluit van 7 oktober 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Utrecht een vergunning aan Eurotec Energy Systems Benelux B.V. voor het oprichten en in werking hebben van een vergistingsinstallatie. Appellanten stelden dat deze installatie één inrichting vormt met de naastgelegen varkenshouderij. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er sprake is van een zodanige onderlinge verwevenheid tussen de vergistingsinstallatie en de varkenshouderij dat zij als één inrichting moeten worden beschouwd, ondanks dat zij door verschillende rechtspersonen worden geëxploiteerd.
De vergunningverlening als afzonderlijke inrichting was daarom onjuist en in strijd met artikel 1.1, eerste en vierde lid, van de Wet milieubeheer. De Afdeling vernietigde het besluit en veroordeelde het college in de proceskosten. De overige beroepsgronden werden niet behandeld vanwege de gegrondverklaring op hoofdlijnen.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste interpretatie van het begrip inrichting in milieurechtelijke vergunningverlening, waarbij technische, organisatorische en functionele bindingen tussen installaties bepalend zijn.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening aan de vergistingsinstallatie wordt vernietigd omdat deze samen met de varkenshouderij als één inrichting moet worden beschouwd.