ECLI:NL:RVS:2004:AR4316
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- J.E.M. Polak
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlening Nederlanderschap wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante verzocht namens [appellant] om verlening van het Nederlanderschap, maar de minister wees dit verzoek op 4 oktober 2002 af. Het bezwaar van appellante werd eveneens ongegrond verklaard en de rechtbank Zutphen bevestigde dit in januari 2004. Appellante stelde dat er sprake is van een bijzonder geval vanwege het risico op ontvoering door de natuurlijke moeder van [appellant], die de buitenlandse nationaliteit bezit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat artikel 10 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap de minister beoordelingsruimte geeft om in bijzondere gevallen af te wijken van de standaardvoorwaarden. De minister had in redelijkheid kunnen besluiten dat het risico op ontvoering onvoldoende was om af te wijken van de regels, mede omdat ook zonder Nederlanderschap consulaire bescherming mogelijk is.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de omstandigheden onvoldoende aanleiding geven voor toepassing van artikel 10. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het Nederlanderschap wordt bevestigd.