ECLI:NL:RVS:2004:AR4302
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens onvoldoende motivering bij geluidsoverlast
Bij besluit van 19 juli 2004 legde het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer aan verzoekster, een besloten vennootschap, een last onder dwangsom op wegens overschrijding van geluidgrenswaarden uit het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. De dwangsom bedroeg € 2.500 per overtreding met een maximum van € 25.000.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 30 september 2004. Vast stond dat op 20 december 2003 de geluidgrenswaarde in de nachtperiode met 16 dB(A) werd overschreden. Daarnaast werd de last mede gebaseerd op een overtreding op 18 juni 2004, maar verzoekster stelde dat zij toen gebruik maakte van de 12-dagenregeling voor festiviteiten, hetgeen door verweerder werd bevestigd.
De Voorzitter oordeelde dat het bestuursorgaan in beginsel moet handhaven bij overtredingen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen zoals uitzicht op legalisatie of disproportionaliteit. Verzoekster stelde dat zij in overleg met verweerder de 12-dagenregeling zou toepassen en dat de enkele overtreding op 20 december 2003 geen voldoende motivering bood voor de last onder dwangsom. Dit werd niet weersproken.
Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar, met vergoeding van het griffierecht aan verzoekster. De voorlopige voorziening werd uitgesproken op 15 oktober 2004.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt geschorst wegens onvoldoende motivering.