ECLI:NL:RVS:2004:AR4300
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.A. Offers
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen bestuursdwang woningwetvoorzieningen
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven heeft op 18 september 2002 een besluit genomen om voorzieningen te treffen aan een pand en bestuursdwang aan te zeggen indien niet binnen de gestelde termijn werd voldaan. Appellant, huurder en onderverhuurder van het pand, stelde dat hij als rechtstreeks belanghebbende moest worden aangemerkt vanwege zijn zeggenschap en onderhoudsverplichtingen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij geen rechtstreeks belang had bij het besluit. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad overwoog dat het belang van appellant voortvloeit uit zijn contractuele relatie met de eigenaren en onderhuurders, en derhalve een afgeleid belang is dat niet rechtstreeks bij het besluit betrokken is.
Verder oordeelde de Raad dat de toepasselijke artikelen van de Woningwet geen grondslag bieden voor een rechtstreeks belang van appellant, omdat het besluit gericht was aan de eigenaren. Ook een brief van de gemachtigde van appellant bood geen aanknopingspunt voor een rechtstreeks belang. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.