ECLI:NL:RVS:2004:AR4295
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- F.P. Zwart
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening algemene uitkering wegens verlaagde WOZ-waardering vuilverbrandingsinstallatie
Appellante, de gemeente Duiven, verzocht om herziening van de algemene uitkering over 1997 vanwege een verlaagde WOZ-waardering van een vuilverbrandingsinstallatie, wat leidde tot verminderde belastinginkomsten. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Binnenlandse Zaken afgewezen. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de overgangsregeling in de Financiële-verhoudingswet voorziet in een suppletie-uitkering voor gemeenten met negatieve herverdeeleffecten, en dat deze suppletie-uitkering reeds aan appellante was toegekend. Het vermeende nadeel van een te lage algemene uitkering werd hiermee gecompenseerd, zodat geen aanleiding bestond tot herziening.
Verder werd geoordeeld dat het gehanteerde drempelbedrag van gemiddeld vijf gulden per inwoner voor compensatie van uitzonderlijke nadelen redelijk en gelijk toepasbaar is op alle gemeenten. Er was geen sprake van een individuele beoordeling of ongelijke behandeling. Ook ontbrak een rechtens bindende toezegging van het Ministerie van Financiën.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Duiven tegen de weigering tot herziening van de algemene uitkering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.