ECLI:NL:RVS:2004:AR4288
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- D. Dolman
- N.I. Breunese-van Goor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor beplantingsplicht
Verzoekster kreeg bij besluit van 4 augustus 2004 een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet uitvoeren van een beplantingsplan dat onderdeel was van een ontgrondingsvergunning voor een recreatieplas. De last verplichtte haar de beplanting volgens het goedgekeurde plan aan te brengen binnen een gestelde termijn tot 15 november 2004, met een dwangsom van € 2.000 per maand en een maximum van € 8.000.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening. Zij voerde aan dat de natuurlijke begroeiing de voorkeur verdient boven de voorgeschreven gecultiveerde beplanting en dat de begunstigingstermijn te kort is.
De Voorzitter oordeelde dat verweerder bevoegd was op te treden omdat verzoekster in strijd met het voorschrift had gehandeld. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie van de situatie zonder beplantingsplicht, mede omdat verzoekster zelf het beplantingsplan had opgesteld en niet tegen het voorschrift was opgekomen. De begunstigingstermijn werd als redelijk beoordeeld. Ook was de formulering van het besluit over de dwangsommen voldoende duidelijk.
Gelet op deze overwegingen wees de Voorzitter het verzoek tot voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.