ECLI:NL:RVS:2004:AR3793
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Ch.W. Mouton
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning melkrundveehouderij wegens onvoldoende motivering stankhinder
Bij besluit van 23 december 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer een revisievergunning voor een melkrundveehouderij. Tegen dit besluit stelden meerdere appellanten beroep in bij de Raad van State. De appellanten voerden onder meer aan dat de vergunning onrechtmatig was vanwege stankhinder en onduidelijkheid over de toedeling van bestaande rechten uit een eerdere vergunning.
De Raad van State oordeelde dat bepaalde beroepsgronden niet-ontvankelijk waren omdat deze niet als bedenkingen tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht. Ten aanzien van de stankhinder stelde de Afdeling vast dat de vergunninghouder bestaande rechten niet correct had verdeeld over de gesplitste inrichtingen, wat leidde tot een mogelijke verdubbeling van rechten en een onjuiste beoordeling van de milieubelasting.
De Afdeling concludeerde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de appellanten sub 1 en 2 en tot terugbetaling van griffierechten aan alle appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onjuiste toedeling van bestaande rechten, met veroordeling tot proceskostenvergoeding.