Uitspraak
200204864/1.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren verleende op 22 april 2002 een vergunning voor het aanleggen van hoogopgaande beplantingen en een landschapstuin op een perceel met de bestemming landschappelijk waardevol open agrarisch gebied. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Amsterdam ongegrond werd verklaard.
Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aangelegde beplanting, bestaande uit wilgen, populieren, coniferen, berken, eiken, een vlier en diverse struiken, niet ten dienste staat van de agrarische bestemming van het perceel, maar bedoeld is ter bescherming van de privacy van de bewoners van de daarop aanwezige burgerwoning. Hierdoor is de aanlegvergunning in strijd met het bestemmingsplan en had deze moeten worden geweigerd.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot aanlegvergunning wordt vernietigd wegens strijd met het bestemmingsplan.