ECLI:NL:RVS:2004:AR3769
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie op grond van Regeling Nadeelcompensatie Rijkswaterstaat 1991
Appellanten hadden bij de Minister van Verkeer en Waterstaat verzoeken ingediend om vergoeding van schade op grond van de Regeling Nadeelcompensatie Rijkswaterstaat 1991 (RNR 1991). Deze verzoeken werden door de minister afgewezen, waarna ook de rechtbank 's-Gravenhage de beroepen ongegrond verklaarde.
Appellanten stelden dat het handhavingsbeleid met betrekking tot de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO) was gewijzigd, waardoor hun investeringen in schoonmaakboten niet het verwachte rendement opleverden. De Raad van State oordeelde echter dat geen sprake was van een beleidswijziging, mede omdat de aangehaalde richtlijnen en gedoogverklaringen slechts intenties of concepten bevatten zonder concrete toezeggingen.
Verder werd overwogen dat de vermeende schade niet voor vergoeding in aanmerking komt omdat de RNR 1991 alleen schade dekt die het gevolg is van rechtmatig handelen van Rijkswaterstaat. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verzoeken om nadeelcompensatie wegens ontbreken van beleidswijziging en rechtmatig handelen.