ECLI:NL:RVS:2004:AR3768
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verplichting verplaatsing glasvezelkabel zonder financiële compensatie
Appellante, KPN Telecom B.V., werd door de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aangesproken om een glasvezelkabel in de Westerschelde te verplaatsen vanwege vaargeulverbreding. De Staatssecretaris weigerde vergoeding van de kosten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit, maar de Raad van State oordeelt dat de brief van 29 januari 2002 wel een besluit in de zin van de Awb is, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de Staatssecretaris in redelijkheid heeft gehandeld door appellante zonder financiële compensatie aan te schrijven, mede gelet op de Telecommunicatiewet die specifieke regels bevat over kostentoedeling bij verplaatsing van telecommunicatiekabels.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de verplichting tot verplaatsing zonder vergoeding blijft staan.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot verplaatsing zonder vergoeding blijft gehandhaafd.