ECLI:NL:RVS:2004:AR3766
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking urgentieverklaring door college Zaanstad
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft op 2 augustus 2002 de urgentieverklaring aan appellante ingetrokken nadat zij een passende woning had aangeboden gekregen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het college ongegrond verklaard. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellante tegen het intrekkingsbesluit eveneens ongegrond.
Appellante voerde aan dat financiële omstandigheden haar destijds verhinderden de aangeboden woning te accepteren. De rechtbank oordeelde echter dat het college terecht had geoordeeld dat de acute noodzaak tot verhuizing niet meer bestond, mede gelet op de gronden waarop de urgentieverklaring oorspronkelijk was verleend. De medische en psychologische omstandigheden die appellante later aanvoerde, konden bij de besluitvorming niet worden betrokken.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De zaak is behandeld door een enkelvoudige kamer en het vonnis is uitgesproken op 13 oktober 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante tegen de intrekking van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.