ECLI:NL:RVS:2004:AR3740
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake bezwaar tegen uitvoer van afvalstoffen naar Duitsland
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, die bezwaar maakte tegen het voornemen van verzoeker A om 20 miljoen kilogram gemengde restfractie afvalstoffen naar Duitsland uit te voeren.
De kern van het geschil betrof de classificatie van de afvalstoffen: of deze moesten worden aangemerkt als nuttige toepassing (R1) of als verwijderingshandeling (D10) volgens Europese richtlijnen. De staatssecretaris stelde dat sprake was van verbranding als verwijderingshandeling, terwijl verzoekers stelden dat het ging om nuttige toepassing door energieopwekking.
De Voorzitter oordeelde dat de afvalstoffen in Duitsland worden verbrand met het doel proceswarmte en stroom te leveren, waarbij primaire oliebrandstoffen worden vervangen. Gezien jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie is dit nuttige toepassing volgens R1. De calorische waarde van de afvalstoffen is niet relevant voor deze beoordeling.
Daarom kon het bestreden besluit niet worden gedragen door de gegeven motivering en werd het verzoek tot schorsing toegewezen. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen dat schriftelijke instemming met de kennisgeving werd geacht te zijn verleend. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit is gegrond verklaard en het besluit geschorst, met een voorlopige voorziening dat schriftelijke instemming wordt geacht te zijn verleend.