Uitspraak
200304181/1, acht de Afdeling niet onredelijk dat bij de berekening van de lonendheid van aan een woning aan te brengen voorzieningen, huuropbrengsten van andere van het pand deel uitmakende woningen worden betrokken voorzover de voorzieningen ook voor de bruikbaarheid van die woningen zijn aangewezen. Niet valt in te zien dat daarover anders moet worden geoordeeld wanneer, zoals in dit geval, het gaat om een van het pand deel uitmakende bedrijfsruimte. Artikel 14, noch artikel 23 van Pro de Woningwet staan daaraan in de weg. Dit neemt evenwel niet weg dat het college ten onrechte heeft nagelaten te onderzoeken of de voorzieningen tot het treffen waarvan appellante is aangeschreven, mede zijn aangewezen voor de bruikbaarheid van de bedrijfsruimte. Voorzover een dergelijk verband ontbreekt, mocht bij de berekening van de lonendheid, tegenover de kosten van die bepaalde voorzieningen geen huuropbrengsten van de bedrijfsruimte worden gezet. De rechtbank heeft dat niet onderkend.