ECLI:NL:RVS:2004:AR3359
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning verbreding rijksweg A4 met bijkomende werken
Bij besluit van 12 februari 2004 verleende de Minister van Verkeer en Waterstaat een vergunning voor het verbreden van de rijksweg A4 tussen kilometer 28,800 en 29,800, inclusief aanleg van kunstwerken en geluidschermen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden dat het tracé van de N446 niet overeenkomt met eerdere tracébesluiten, waardoor zij ernstige geluidoverlast zouden ondervinden en grenswaarden van de Wet geluidhinder zouden worden overschreden.
De Raad van State overwoog dat het besluit was voorbereid volgens artikel 20 van Pro de Tracéwet en dat de vergunningverlening binnen het beperkte toetsingskader van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken valt. De door appellanten aangevoerde planologische en geluidsaspecten vallen niet binnen dit kader en dienen te worden beoordeeld in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Tracéwet.
De Raad concludeerde dat geen waterstaatkundige bezwaren tegen de vergunning bestonden en dat de vergunning terecht was verleend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de verbreding van de rijksweg A4 wordt ongegrond verklaard.