ECLI:NL:RVS:2004:AR3357
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom geluidsoverlast horeca-inrichting
Verzoekers, een stichting en een natuurlijke persoon, maakten bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wegens overtreding van geluidgrenswaarden uit het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. De dwangsom bedroeg €1.135 per dag met een maximum van €3.405.
De Voorzitter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en stelde vast dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de verwachting dat verweerder niet spoedig op het bezwaar zou beslissen. Verzoekers betoogden onder meer dat de geluidmetingen niet volgens de geldende meethandleiding waren uitgevoerd en dat de woning waarop de geluidgrenswaarden werden toegepast geen woning in de zin van het Besluit zou zijn.
De Raad oordeelde dat de geluidmetingen wel correct waren uitgevoerd, dat de woning feitelijk als woning werd gebruikt en dat de activiteit tijdens de meting niet als een niet-representatieve bedrijfsactiviteit kon worden aangemerkt. Verweerder was bevoegd tot het opleggen van de last onder dwangsom. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.