ECLI:NL:RVS:2004:AR2883
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing voorschot subsidie KITS 2000 wegens onvoldoende onderzoek
Appellante verzocht om een voorschot op een toegekende subsidie in het kader van de regeling KITS 2000 voor investeringen in de toeristische sector. Het Samenwerkingsverband Noord-Nederland wees dit verzoek af omdat volgens hen de eerste verplichting eerder dan toegestaan was aangegaan, namelijk op 25 mei 2000, terwijl de regeling voorschrijft dat verplichtingen niet eerder dan 26 mei 2000 mogen worden aangegaan.
Appellante stelde dat er geen mondelinge overeenkomst was gesloten vóór 27 mei 2000 en dat de koopakte pas op 30 mei 2000 werd ondertekend. De bestuurscommissie baseerde het besluit op een aantekening op de rekening van de notaris, zonder nader onderzoek naar de betekenis daarvan. De rechtbank handhaafde het besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestuursorgaan had moeten onderzoeken wie de aantekening had geplaatst en wat de betekenis ervan was.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank onterecht niet had geoordeeld dat het besluit in strijd was met de zorgvuldige voorbereiding en motiveringsvereisten van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval het bestuursorgaan een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het voorschot wordt vernietigd.