ECLI:NL:RVS:2004:AR2530
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- T.I. van Koten
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom wegens late melding ongewoon milieugeval
Verweerder legde appellante een last onder dwangsom op wegens het niet 'zo spoedig mogelijk' melden van een ongewoon voorval, namelijk het overlopen van een goot met anilinehoudend afvalwater op 31 januari 2003. Appellante meldde dit incident pas op 4 februari 2003, wat volgens verweerder te laat was.
Appellante voerde aan dat het begrip 'zo spoedig mogelijk' onduidelijk is en dat verweerder dit begrip had moeten concretiseren met een termijn, rekening houdend met de ernst van het voorval. Ook stelde zij dat verweerder onterecht was afgeweken van het advies van de Provinciale Adviescommissie en dat onduidelijk was welke maatregelen nodig waren om de dwangsom te voorkomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het begrip 'zo spoedig mogelijk' duidelijk is en geen nadere concretisering behoeft. De melding binnen vier dagen was niet tijdig. De Afdeling wees het beroep af en bevestigde dat verweerder bevoegd was om handhavend op te treden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het niet tijdig melden van een ongewoon voorval wordt ongegrond verklaard.